Home | RSS | Adverteren | Over deze site

24 december 2007

Meepraten

De Tweede Kamer heeft een wijziging van het Reglement van Orde (oude) doorgevoerd. Vanaf nu mogen de in Nederland gekozen leden van het Europees Parlement deelnemen aan de plenaire vergadering van de Tweede Kamer zodra het over Europa gaat.

In praktijk namen leden van het Europees Parlement al enige jaren deel aan het debat over de zogenaamde Staat van de Unie. Dit is de Europese agenda met de dossiers die in het jaar dat komt aan de orde zullen zijn en het Nederlands perspectief daarin. Vastgesteld wordt bijvoorbeeld welke Europese dossiers voor het kabinet prioriteit hebben en wat het standpunt daarin zal zijn.

Nieuw is dat nu is vastgelegd – aan artikel 55 wordt een nieuw artikel ingevoegd, artikel 55a – dat de Kamer kan besluiten de in Nederland gekozen leden van het Europees Parlement uit te nodigen om inlichtingen te verstrekken en deel te nemen aan ‘de beraadslaging over een aan de orde gesteld onderwerp’. De leden van het EP mogen dus ook aan lopende debatten meedoen. Ze krijgen daarvoor een plaats toegewezen en spreektijd. De aanpassing is het gevolg van de motie-Timmermans uit november 2005 waarin werd gepleit voor ‘een zo volwaardig mogelijke deelname van delegatieleiders aan het debat’.

De deelname aan debatten in de Tweede Kamer geeft de Europese parlementariërs niet de rechten of bevoegdheden die de leden van de Tweede Kamer wel hebben. Zoals het recht op inlichtingen, het stemrecht, het recht van initiatief en van amendement. Het indienen van een motie is ook verboden. Wel mogen de leden van het EP ministers in de reden vallen en vragen stellen. De Kamer bepaalt wanneer ‘dit wenselijk is’. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Guusje ter Horst heeft al wel besloten dat de bewindslieden in dat geval niet de verplichting hebben antwoord te geven.

De nieuwe bevoegdheden voor het EP zijn winst. Niet alleen kunnen vanaf nu de goedingevoerde Europese parlementariërs de Nederlandse ministers op de voet volgen, de Nederlandse parlementariërs krijgen eveneens de mogelijkheid een echt debat Europese Zaken te voeren. Dat was jarenlang onmogelijk door de Europese juridisering en ingewikkelde regelgeving. Een van de redenen dat het Europese landbouwbeleid decennialang zo uit de klauwen kon lopen, was het feit dat nationale parlementsleden geen idee hadden wat er speelden in Brussel op dit gebied.

De nieuwe bevoegdheden van het EP in Nederland rieken naar een dubbelmandaat voor de leden van het Europees Parlement. Dat heeft de bovengenoemde voordelen. Nadelen zijn er natuurlijk ook. Een parlementariër kan maar op één plek te gelijk zijn; het werk in Den Haag kan het werk in Straatsburg in de weg gaan zitten. Maar samen met de nieuwe ‘subsidiariteitstoets’ waarin nationale parlementariërs een wet in ontwerp een 'gele kaart' kunnen geven, krijgt de democratie er een wapen bij.

Gepost door Marco van op 24 december 2007 : 17:55
Permalink | Reacties (0)




14 december 2007

Horen, zien en luisteren

Europese regeringsleiders, staatshoofden en ministers van Buitenlandse Zaken tekenden gisteren wat het Verdrag van Lissabon is gaan heten. Waar anders kon dat gebeuren dan in Lissabon, en hoe anders kon dat uitgevoerd dan met elegant, ceremonieel vertoon. De Nederlandse minister-president Balkenende en de minister van Buitenlandse Zaken Verhagen tekenden namens Nederland.

Zo, dat is geregeld. Wat begon als een idee om Europa een steviger bestuurlijk fundament te geven, werd, in alle overmoed, een Grondwet, om, na significant protest, een grondwettelijk verdrag te worden, en te eindigen als een ‘normaal’ Europees verdrag, waarvan er sinds 1951 al zo’n zeven van enige betekenis zijn opgesteld. Toch was dit verdrag niet zomaar geregeld, bovendien is het nog niet zeker dat het verdrag door alle landen wordt aangenomen.

Het Verdrag van Lissabon kan pas in werking treden als alle 27 lidstaten het hebben geratificeerd. Dat zou volgens plan voor 1 januari 2009 moeten gebeuren. Wat er dan allemaal verandert kun je hier lezen. Met hier het origineel. Maar eerst de aanvaarding. Omdat het nieuwe verdrag een gewoon wijzigingsverdrag is gemaakt, wordt een de standaard goedkeuringsprocedure gevolgd, het verdrag wordt in het parlement behandeld. Alleen in Ierland wordt zeker nog een referendum gehouden, omdat dat daar verplicht is. In Denemarken wordt mogelijk een referendum gehouden. In Nederland gaat staatssecretaris Frans Timmermans de boer op het verdrag aan de man te brengen.

De aftrap nam hij afgelopen dinsdag. Toen was hij aanwezig bij een masterclass voor de media, om antwoord te geven vragen over het nieuwe EU-verdrag. De bijeenkomst was een initiatief van de vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Nederland in samenwerking met het Genootschap van Hoofdredacteuren. In een interview met de Volkskrant verklaart Timmermans waarom een reclamebureau is ingeschakeld om het debat met de burger te sturen: ‘Het kan nog ergens mis gaan. In Ierland wordt een referendum gehouden. Het land heeft veel profijt gehad van het EU-lidmaatschap. In Nederland, dat de afgelopen decennia misschien wel het meest geprofiteerd heeft van ‘Europa’, verwierp de bevolking de Europese Grondwet. Het blijft afwachten.’

Het Verdrag van Lissabon, of Hervormingsverdrag, is geen normaal verdrag. Voor het eerst hebben de enige Europese burgers die de kans kregen iets van zich te laten horen – de Nederlanders en de Fransen, in de rest van Europa was het parlementair hamerstuk – zich tegen een te snel verbindend Europa uitgesproken. Tegen een knellend Europa. Een Europa dat niet meer het hunne is, maar meer en meer een project is geworden voor technocraten en juristen die leven van het idee dat met regels de wereld te maken is.

Die misvatting bloeit nog in de PvdA: de partij van de maakbare samenleving, de partij van het eerste referendum over de Europese Grondwet, de partij van een tweede referendum, de partij die nu geen referendum wil; de partij van Timmermans. Met het charmeoffensief van Timmermans voor dit verdrag verliest de PvdA aan geloofwaardigheid. Want het gaat natuurlijk allang niet meer over wat er in het verdrag staat. Het gaat erom dat niet wordt geluisterd naar wat de Europese burger wil. Want die wil een pauze, even op adem komen, even nadenken over wat Bureau Brussel nu weer door de brievenbus propt aan niet te begrijpen ideeën die beloven het leven zoveel beter te gaan maken.

Die kritiek zal Timmermans ontmoeten. En ik ben benieuwd wat hij daarmee doet. Zal hij bij iedere repliek zeggen: ja, maar? Of zal hij luisteren en overwegen dat meer niet altijd beter is? Soms is minder ook fijn. Eén Europa van dertig onafhankelijke landen die slim en veel samenwerken, met een gezamenlijke munt en zonder binnengrenzen is prima. Maar hou de bureaucratie klein en de democratische controle groot. En in eigen huis, dat is al moeilijk genoeg.

Gepost door Marco van op 14 december 2007 : 18:06
Permalink | Reacties (0)




10 december 2007

Waar zijn de ketjes?

Brussel is een stad die zich niet makkelijk laat temmen. Vooral in de donkere dagen van het jaar is het er wel eens zwaar toeven. Na acht uur ‘s avonds zijn de straten leeg en blijf je binnen of zoek je je heil in een van de cafés. Hoewel ik hier al mijn hele leven kom en er nu meer dan vier jaar woon en werk, kan ik nog  geen definitief oordeel vellen. De dominantie emotie is boosheid. Omdat ik weet dat tussen het vuil, de verwaarloosde gevels en de politieke incompetentie een warme stad verstopt moeten zitten.

Nu is Brussel een koude stad. Een stad die eenzaamheid brengt en slachtoffers maakt. Bij alcoholcontroles in de deelgemeente Ukkel bleek afgelopen weekend een derde van de bestuurders te veel te hebben gedronken. Van de 129 gecontroleerden waren 36 chauffeurs positief. Drinken om te vergeten. Shoppen is een andere troost. Maar de politie van Brussel waarschuwt van vandaag voorlopig 's avonds geen geld af te halen bij de bankautomaten. Te gevaarlijk.

Brussel werkt bevreemdend. Neem het bericht dat er al enige tijd op burelen van het stedelijk bestuur een rapport wordt geciteerd dat oproept delen van het openbaar vervoer in de stad in tunnels te laten rijden. Het rapport blijkt niet te bestaan. Aan echte problemen komt het Brusselse bestuur helaas niet toe. In Brussel leeft 28 procent van de inwoners in armoede, zeggen recente cijfers. Twee twee jaar geleden trof ik in een boekwinkel in de wijk Marollen een bijna dode bejaarde vrouw aan. Met haar even bejaarde als wanhopige man ernaast.

Ik heb nog niemand gesproken die mij deze stad kan uitleggen. En de ketjes worden ook al zeldzaam.

Gepost door Marco van op 10 december 2007 : 21:37
Permalink | Reacties (2)




3 december 2007

We boeren beter III

Het kan raar lopen in Europa. Wat Europese idealen betreft was in de vorige eeuw de hervorming van de landbouwsector dé motor achter eenwording. Sinds een tiental jaren is de landbouw uit, en moet de kenniseconomie ons de gevraagde welvaart brengen. Dat het satellietnavigatesysteem Galileo en het Europese Technologie centrum EIT nu uitgerekend geld krijgen uit de landbouwbegroting is het definitieve keerpunt. Technologie en wetenschap hebben landbouw verdrongen.

Vorige weken een terugblik op een fundament onder de Europese Unie: het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. Aan de hand van de ambities van ‘mister Europe’, de eerste Nederlandse minister van Landbouw na de Tweede Wereldoorlog en de eerste Eurocommissaris voor Landbouw, Sicco Mansholt zien we hoe een briljant businessplan leidde tot overproductie, valse concurrentie en milieuvervuiling. ‘Als de boeren het goed hebben, heeft iedereen het goed’.

Deel III Blauwdruk voor Europa

‘Economisch nationalisme is onze grootste vijand’, Mansholt kon het niet vaak genoeg herhalen. Exportland Nederland had baat bij een stabiel en laag prijspeil voor landbouwproducten in heel Europa. Dat dit te realiseren was door het creëren van één Europese markt, besefte Mansholt al meteen. Toen koningin Wilhelmina hem in 1946 met een persoonlijk briefje verzocht deel te nemen aan de conferentie van het Emergency Economic Committee for Europe, was hij dan ook opgetogen. De bijeenkomst zou hem de gelegenheid bieden bij de naoorlogse Europese leiders voorzichtig zijn ideeën over één Europa te toetsen.

Hij stuitte op nog flink wat gefronste wenkbrauwen, ondanks het Britse zwaargewicht dat hij in zijn pleidooi mee had. Winston Churchill sprak op 19 september 1946 voor een zaal van Zwitserse studenten de wens uit voor een verenigd Europa. Het was een stokpaardje van de Britse premier, maar niet eerder vond hij zo'n gewillig oor dan direct na de Tweede Wereldoorlog. Op het Congress of the European Movement in Den Haag (later de Raad van Europa) in 1948 herhaalde Churchill zijn streven: ‘Ik zie geen reden waarom er geen Verenigde Staten van Europa kunnen bestaan.’

Thumbs up voor Churchill, grijnsde Mansholt. Eén Europa is ook één gemeenschappelijke afzetmarkt, open binnengrenzen en de mogelijkheid om goedkope indringers buiten te houden. Nog weer later, in 1949, werd op gezag van de wereldvoedselorganisatie FAO en de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking OEEC gewaarschuwd niet te wachten met 'opvoering der landbouwopbrengsten'. De Europese bevolking groeide explosief, tien procent in tien jaar. En wat was het nut van industriële productie als in sommige landen tachtig procent van de bevolking nog vrijwel zelfvoorzienend was? Dat dreigde een kip-of-het-ei-verhaal te worden: zonder consumenten geen koopkracht, maar zonder koopkracht geen consumenten. Die impasse doorbreken, was een taak voor een nieuwe Europese overheid. Mansholt vatte moed.

Tijdens een van de maandelijkse overleggen met de Stichting voor de Landbouw lichtte Mansholt op 12 mei 1950 zijn plannen toe voor de integratie van productie en afzet van landbouwproducten in West-Europa. Dat was drie dagen nadat de oprichting van de Gemeenschap voor Kolen en Staal bekend was gemaakt, het eerste grootschalige Europese samenwerkingsverband.

Vriend en directeur-generaal van het ministerie van Landbouw, Stephan Louwes schreef een maand later voor Mansholt een visienota op Europa en op de landbouw. Met vergaande ideeën: er moest één Europese munt komen, garantieprijzen voor landbouwproducten, en verder afzetsubsidies. Het rapport Europese Landbouwpolitiek van huisvriend van de familie Mansholt en voorzitter van de Federatie van Coöperatieve Nederlandse Zuivelbonden, Johannes Linthorst Homan, diende als bron van inspiratie. Net als Mansholt was hij een voorstander van één Europese landbouwpolitiek. Maar Linthorst Homan signaleerde ook problemen:

‘De Europese eenheid kan niet worden bereikt zonder medewerking van de plattelandsbevolking.’ Er moesten wegen worden gevonden om boeren ‘de noodzaak van de uitbreiding van de productie te laten beseffen’.

Dat was van later zorg, redeneerde de ongeduldige Mansholt. Europa moest en zou één landbouwnatie worden, met een vaste prijs voor de belangrijkste landbouwproducten. Landbouwbedrijven moesten grootschaliger worden en de boeren verdienden inkomenszekerheid. Als ware het een overheidscollectief naar sovjet kolchozmodel, waarin de boer geen ondernemer was maar arbeider in dienst van de planners van het ministerie van Landbouw. Productie zou daar plaatsvinden waar dat het goedkoopst en cultuurhistorisch het best kon. Overschotten zouden worden afgezet op de wereldmarkt, met desnoods 'enige geldelijke opoffering'. Wat in Nederland leek te lukken, moest kennelijk de blauwdruk voor Europa worden. Mansholts plan voor een herrijzende Nederlandse landbouw kreeg een Europese dimensie. Dat moest ook wel, Mansholt dacht vooruit. Wat heb je aan een exportlandbouw als je geen landen hebt om naar te exporteren, redeneerde hij.

Het plan werd nog vele malen herschreven, maar de essentie bleef overeind. Op 11 oktober 1950 loodste Mansholt het door de ministerraad, op 2 november besprak hij het met de Stichting voor de Landbouw en op 17 november ging het door de Tweede Kamer. In zes maanden tijd was een plan geboren dat Europa ingrijpend zou veranderen.

Gepost door Marco van op 3 december 2007 : 18:00
Permalink | Reacties (0)




27 november 2007

We boeren beter II-B

Koningin Beatrix nam het initiatief verschillende mensen te vragen hun gedachten over Europa op papier te zetten. Dat leidde tot de bundel Paleis Europa, die vorige week vrijdag op Paleis Noordeinde is gepresenteerd. ‘In september 1961 woonde ik in Toulouse studiedagen bij over Europa’, schrijft Beatrix. ‘Op de slotdag mocht ik het woord voeren. Wij stonden aan het begin van het grote Europese avontuur.’

Mooi woorden; de woorden van Mansholt. Want hij was het die voor de jonge koningin de teksten schreef en haar nog even snel mocht inwijden in de Europese idealen. Niet helemaal zijn ideaal, want hij had het juist zo druk met Europa van de grond te krijgen, zo is te lezen in zijn archief. Wat de koningin dan ook niet te horen kreeg was dat het grote Europese avontuur begon met bureaucratische haarkloverij, illegale handel en belastingontduiking.

Vorige weken en volgende week een terugblik op een fundament onder de Europese Unie: het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. Aan de hand van de ambities van ‘mister Europe’, de eerste Nederlandse minister van Landbouw na de Tweede Wereldoorlog en de eerste Eurocommissaris voor Landbouw, Sicco Mansholt zien we hoe een briljant businessplan leidde tot overproductie, valse concurrentie en milieuvervuiling. ‘Als de boeren het goed hebben, heeft iedereen het goed’.

Deel 2B Koninklijke onwetendheid (uit Koehandel)

Het was een rommeltje in Brussel de eerste jaren. Maar aan pionieren was Mansholt wel gewend geraakt. De commissie moest slagvaardig worden. Welke namen geef je aan de nieuwe plannen? Handelsprijs, minimumprijs, prijs van het jaar? Of toch interventieprijs? Alsof hij tijd had voor dit soort ambtenarij. Prioriteit had voorlopig zijn Brusselse kabinet, daar was het een chaos. Er waren geen pensioenregelingen voor de ambtenaren die hij meenam. Mansholt adviseerde hun om dan maar geen belasting te betalen, ‘tot er iets is geregeld’.

Er was meer gerommel: illegale handel in belastingvrije goederen bijvoorbeeld, en ‘twijfel aan de integriteit van personeelsleden’. Er waren internationale etentjes, en er was de politieke verhouding met Den Haag die moest worden bevochten. Zoals het ‘probleem’ Van Arcken. Het ministerie van Landbouw wilde in 1958 van deze jurist af omdat hij niet toestond dat het nationale beleid voor de voedselvoorziening werd overgedragen aan de FAO. Mansholt, geen tegenstander van het plan, stelde toch voor Van Arcken voor te dragen als directeur landbouw van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking, een club die de Amerikanen hielp het Marhallgeld te verdelen. Landbouwminister Anne Vondeling vond dat maar niks. Hij wilde ook wel van de topambtenaar af, maar wilde hem niet hebben in een internationale organisatie waar hij mogelijk nog met hem te maken kreeg.

‘Ik heb veel last van hem gehad, maar de man heeft geen positieve kwaliteiten voor internationale vraagstukken. Zijn instelling is negatief,’ schreef Vondeling. ‘Maar hij is een katholiek,’ hielp Mansholt zijn opvolger in Den Haag herinneren. Een slimme zet, want zo was in Nederland op hoog niveau een christelijke stem minder en katholieken waren wel welkom in de door Fransen gedomineerde internationale organisaties. Van Arcken mocht directeur worden.

Dan was er de voorbereiding aan het bezoek van Beatrix eind 1961, een taak die Mansholt een halve maand kostte, tijd die hij zo hard nodig had om aan Europa te bouwen. De jonge prinses was net afgestudeerd en moest worden bijgepraat over Europa. Van de eerste tot de laatste minuut moest ze worden beziggehouden. Volgens protocol, en dat was geen liefhebberij van Mansholt.

Alle jaren dat hij in Brussel woonde en werkte, werd Mansholt aan één vinger in Nederland gehouden, alsof men de doortastende Groninger niet kon missen. Zelf was hij juist blij dat hij er weg was, want voor sommige problemen was Nederland nu eenmaal te klein. ‘De macht ligt in Europa,’ was al in de jaren vijftig één van zijn favoriete uitspraken. In 1975 moest je overal in Europa terechtkunnen met één diploma, één paspoort en één munt, dat was zijn ideaal.

Volgende week Blauwdruk voor Europa

Gepost door Marco van op 27 november 2007 : 13:55
Permalink | Reacties (0)




22 november 2007

Luchtvaart vreest claims

Goed nieuws voor de consument. Het Nederlandse bedrijf EUClaim gaat gewapend met Europese Verordening 261/2004 namens gedupeerde reizigers verhaal halen bij luchtvaartmaatschappijen. Te vaak nog doen luchtvaartmaatschappijen of vertragingen, annuleringen of overboekingen buiten hun schuld gebeuren. Ze verschuilen zich achter overmachtsituaties zoals een technisch mankement of slecht weer. In veel gevallen zijn de maatschappijen wel aansprakelijk. Wordt wel uitgekeerd dan is dat vaak met een tegoedbon.

Volgens Europese regels hebben passagiers in veel gevallen recht op een financiële vergoeding, die kan oplopen tot zeshonderd euro. Luchtvaartmaatschappijen zijn verplicht daar de gedupeerde reiziger op te wijzen. EUClaim voert namens reizigers tegen luchtvaartmaatschappijen op een no cure no pay basis. Betaalt de maatschappij alsnog een vergoeding voor geleden schade dan is 27 procent van het bedrag voor EUClaim.

EUClaim heeft afgelopen week flink van zich doen laten spreken. British Airways zou claims van gedupeerde passagiers in de doofpot stoppen, aldus de directeur van EUClaim Hendrik Noorderhaven. Drie passagiers van BA die in Kaapstad waren gestrand vanwege een staking kregen na maanden van onderhandelen een compensatie. Maar twee nieuwe claims voor dezelfde vlucht worden alleen uitgekeerd onder voorwaarde van geheimhouding, zegt BA nu. ‘Het is vreemd dat BA plotseling op geheimhouding aandringt’, zegt Noorderhaven. ‘Het bedrijf lijkt de rechten van passagiers liever stil te houden.’

Noorderhaven is in Nederland vertegenwoordiger van FlightStats en eigenaar van Lennoc, een luchtvaart data management systeem. Met EUclaim gebruikt hij internationale vluchtgegevens om te controleren of luchtvaartmaatschappijen terecht een beroep doen op overmacht. De staat van het vliegtuig en de weersomstandigheden van ieder toestel zijn bij vertrek in Europa bij EUClaim bekend. Passagiers kunnen via de online Claim Calculator zien of zij kans maken op een vergoeding. EUclaim neemt vervolgens juridische stappen.

Luchtvaartmaatschappijen hebben zich eerder al niet blij getoond met de nieuwe EU-verordening. Zij vrezen miljoenenclaims. Sinds de oprichting begin dit jaar heeft EUClaim in Nederland voor meer dan vierhonderd passagiers van twintig verschillende maatschappijen een vergoeding kunnen regelen. De claims van veertienhonderd andere passagiers lopen nog. Hoewel op luchthavens de rechten van passagiers in geval van vertragingen en annuleringen worden gemeld, blijken passagiers weinig gebruik te maken van de rechten die zij hebben op schadeloosstelling.

Gepost door Marco van op 22 november 2007 : 22:59
Permalink | Reacties (0)




21 november 2007

We boeren beter II

De Europese Commissie is gisteren met voorstellen gekomen om de steun aan de landbouwsector beter af te stemmen op de inkomsten en omvang van de boerderijen. Bedrijven die 100.000 euro steun per jaar krijgen zullen vanaf 2009 tien procent gaan inleveren. Voor bedrijven die meer dan 300.000 euro per jaar ontvangen, gaat er 45 procent af. Minder subsidies enerzijds, maar meer vrije productie anderzijds. Want de productiequota voor melk gaan omhoog en zullen na 2015 waarschijnlijk verdwijnen. De landbouwmarkt zal verder liberaliseren, dat is wel eens anders geweest.

Vorige week en volgende week een terugblik op een fundament onder de Europese Unie: het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. Aan de hand van de ambities van ‘mister Europe’, de eerste Nederlandse minister van Landbouw na de Tweede Wereldoorlog en de eerste Eurocommissaris voor Landbouw, Sicco Mansholt zien we hoe een briljant businessplan leidde tot overproductie, valse concurrentie en milieuvervuiling. ‘Als de boeren het goed hebben, heeft iedereen het goed’.

Deel 2 Van Groningen naar Den Haag

Met 36 jaar was Mansholt één van de jongste ministers die Nederland ooit had. Zonder politieke ervaring weliswaar, maar die was ook niet nodig. Vooral organisatietalent en wilskracht waren handig, eigenschappen die bij Mansholt in de oorlog werden gevormd en vervolgens danig op de proef waren gesteld. Als verzetsman deed hij ondergronds werk voor de voedselvoorziening en sloot hij zich aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten.

Er waren aanwijzingen dat Mansholt zijn benoeming als minister aan zijn verzetsverleden te danken had. Prins Bernard, de steun en toeverlaat van Wilhelmina in haar Londense oorlogsjaren, leert Mansholt kennen als een ‘dapper verzetsman’. Hij stuurt hem na de oorlog een handgeschreven dankbrief voor zijn rol in de oorlog. Kort daarvoor had Wilhelmina Mansholt al waarnemend  burgemeester van Wieringermeer gemaakt, de gemeente waar zijn eigen boerderij stond. Maar ze had meer plannen met Mansholt. Ze wilde hem hebben in haar nieuwe kabinet, als minister van Landbouw, want wat hij voor het verzet kon, kon hij vast voor het hele land. Ze belde hem in 1945 hoogstpersoonlijk op.

Mansholt wilde aanvankelijk helemaal niet weg uit de Wieringermeer. Na een studie in Deventer en een zwerftocht door Nederlands-Indië had hij daar in de polder, comfortabel, een boerderij overgenomen. ‘Tot dat telefoontje uit Den Haag,’ liet hij destijds optekenen in een krant. Niemand was verbaasd dat Mansholt naar Den Haag vertrok, al reisde een waarschuwing van Drees hem tegemoet: ‘Wie in deze put springt, is na een half jaar verloren,’ schreef zijn partijgenoot.

De taken voor ministers waren zwaar in die tijd. Nederland wachtte letterlijk hongerig af met welke ideeën de regering zou komen. Geld was er niet en voedsel was op de bon. Het land lag in puin. Boeren verkochten melk zwart aan de deur. In 1947 was 500 miljoen liter melk ‘kwijt’. Mansholt stond alleen voor de opdracht de Nederlandse voedselvoorziening er weer bovenop de helpen.

Helemaal alleen stond Mansholt niet voor zijn taak. Het poldermodel verrees sneller dan Nederland zelf. Op 2 juli 1945 richtten het Landbouwcomité, de Christelijke en Katholieke boerenbonden en de bonden van landarbeiders de Stichting voor de Landbouw op, het latere Landbouwschap, voor het overleg tussen de regering en de landbouworganisaties. Mansholt erkende het overlegorgaan direct. De vereniging bestond uit driehonderdduizend boeren. Hij kon de zestig procent van de mensen die in de landbouw werkte, niet negeren.

De lijntjes naar de politiek waren kort. De voorzitter van de Stichting voor de Landbouw was Herman Derk Louwes. Diens broer, Stephan Louwes, was de directeur-generaal van het directoraat Voedselvoorziening van het ministerie. De broers Louwes waren streekgenoten van Sicco, ze groeiden samen op in de Groningse Westpolder. Een Vaste Kamercommissie voor landbouw was er nog niet, maar met achttien boeren in het parlement vestigde het Groene Front – de boerenorganisaties, de Tweede Kamer, het ministerie en de landbouwindustrie – zich stevig.

Het resultaat was ernaar. In 1949 ontving de eerste werknemer in de agrarische sector een pensioen. De man had in twee jaar 621,76 gulden bij elkaar gespaard. Halverwege de jaren vijftig kwam de Nederlandse landbouw weer enigszins op kracht. Ook de internationalisering en de mechanisatie gingen harder dan verwacht. Het landbouwpotentieel was weliswaar klein, maar gecorrigeerd voor oppervlakte en inwonertal kon Nederland zich zoetjesaan meten met reuzen als de Verenigde Staten en Argentinië.

In 1953 waren we er al flink bovenop. Tijdens een koninklijk banket dat Mansholt bijwoonde, kreeg hij vooraf bouillon, gebraden ossenhaas als hoofdgerecht, en Napolitaans ijs toe. De export van landbouwproducten trok weer aan en verdrievoudigde tussen 1948 en 1958.

Maar het was niet genoeg. Buurlanden waren nog steeds bezig nieuwe invoerbeperkingen te bedenken om de eigen opkrabbelende markten te beschermen. Mansholt startte zijn ‘kruistocht’ tegen een protectionistisch buitenland.

Volgende week: Blauwdruk voor Europa

Gepost door Marco van op 21 november 2007 : 21:13
Permalink | Reacties (0)




16 november 2007

We boeren beter

Het Europees Parlement en de Commissie bespreken deze maand de aanscherping van een nieuw systeem waarin boeren alleen nog financiële steun krijgen als zij voldoen aan strengere regelgeving op het gebied van milieu, volksgezondheid, gezondheid van dieren en planten en dierenwelzijn. De Europese boer wordt zo gedwongen duurzamer te werken. Een groot verschil met de eerste jaren van de Europees Gemeenschap toen alleen productiestijging telde.

De komende drie weken een terugblik op een fundament onder de Europese Unie: het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. Aan de hand van de ambities van ‘mister Europe’, de eerste Nederlandse minister van Landbouw na de Tweede Wereldoorlog en de eerste Eurocommissaris voor Landbouw, Sicco Mansholt zien we hoe een briljant businessplan leidde tot overproductie, valse concurrentie en milieuvervuiling. ‘Als de boeren het goed hebben, heeft iedereen het goed’.

Deel 1 Mister Europe

Er zijn mensen die zeggen dat de Europese Unie er nooit was gekomen als de eerste Nederlandse minister van Landbouw na de oorlog niet Sicco Mansholt was geweest. Mansholt, ook wel ‘mister Europe’ genoemd, heeft naar model van het Nederlandse naoorlogse voedselprogramma, het Europees Landbouwbeleid opgetuigt. Met als credo: ‘nooit meer een hongerwinter?’

Hoewel, dat was absoluut een mooie gedachte, maar naar later bleek niet alleen de reden achter Manholts ideaal van één grote Europese landbouwmarkt. Natuurlijk, vrede en veiligheid in het naoorlogse Europa zijn belangrijker dan ooit, en om onvrede te bezweren, moeten de voedselprijzen laag blijven. Maar wie zal voor de boeren zorgen? Mansholts hart klopt allereerst voor het platteland, niet voor de stad. Zijn doembeeld is dat het de Nederlandse boer na de oorlog vergaat zoals het de Engelse boer was vergaan na de industriële revolutie, zowat een halve eeuw eerder. Toen daar het buitengebied verpauperde en de boer een tweederangsburger werd.

‘Dat nooit,’ schrijft hij in 1946. ‘We gaan de landbouwprijzen controleren. Desnoods door buffervoorraden aan te leggen.’ De landarbeider moest vooruit worden geholpen, een echte ondernemer worden, al zou dat pijn doen. ‘Er zijn teveel mensen in de landbouw. Wij produceren te weinig per hoeveelheid arbeid.’

Mansholt spreekt het hele volk toe, vlak na de oorlog. Geen populaire woorden, maar hij is net minister van Landbouw geworden en neemt zijn taak serieus. Hij vindt dat er boeren moeten verdwijnen en dat de blijvers moeten groeien. Dat is efficiënter en volgt de logica van de wederopbouw. Tegen de schaarste, maar vooral om van Nederland weer de agrarische reus te maken die we tot de oorlog waren geweest. Maar de export verkeert in moeilijkheden, weet Mansholt. Door de recessie gooien de buurlanden de grenzen dicht. Vooral de veehouderij kan wel een stimulans gebruiken, voor buitenlandse deviezen en controle over de prijzen.

‘Een voorbeeld is onze boter die wij aan Londen leveren voor 4,25 gulden,’ beklaagt Mansholt zich, ‘terwijl de Nieuw-Zeelanders daar boter verkopen voor 2 gulden.’

Ook de export naar Duitsland moet terug worden gebracht naar het oude peil, om te voorkomen dat anderen voorgaan. Eén van zijn ambtenaren schrijft: ‘Wil de Nederlandse landbouw zich van een toekomstige markt verzekeren dan moet zij indringers op de Duitse markt voorkomen.’

Mansholts opdracht na de oorlog was duidelijk: de Nederlandse landbouw moest weer exporteren zoals ze dat de driehonderd jaar daarvoor ook had gedaan. En dat betekent meer produceren. ‘Want als de boer het goed heeft, heeft iedereen het goed,’ aldus de kersverse minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Een politiek motto dat een fundament had in de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog.

Volgende week deel 2: Van Groningen naar Den Haag

Gepost door Marco van op 16 november 2007 : 13:04
Permalink | Reacties (0)




11 november 2007

Handel tot iedere prijs?

Dinsdag 13 november vergaderen in Brussel de Europese ministers voor Economische en Financiële Zaken, de zogenaamde Ecofin. Op de agenda staan onder meer de financiële situatie van het Europese navigatiesysteem Galileo, de Europese BTW-nivellering en de milieubelasting op auto’s. Dat laatste is een heikele zaak die de Nederlandse minister van Financiën Wouter Bos zijn eigen tegenfanclub opleverde. Bos zal op Ecofin zijn.

Maar het eerste punt op de agenda zijn conclusies over drie jaar Lissabon-strategie, de Europese ambitie om net zo concurrerend te worden als de VS en Zuidoost-Azië, en het tweede punt is de uitwisseling van ideeën over de voor en nadelen van de globalisatie, de migratie van kapitaal en mensen over de wereld. Twee interessante onderwerpen die samen komen in een idee waar ik onlangs tegenaan liep: een regelvrije handelszone die de concurrentiekracht van Europa zou kunnen vergroten.

Een regelvrije handelszone is een plaats waar innovatieve bedrijven alle ruimte krijgen om met grootschalige investeringen de aansluiting te zoeken bij de groeispurt van India, China en de Golfstaten. Niet gehinderd door minimumloon, arbowet, bouwvergunningen of milieuregels moeten ‘boomtowns’ leiden tot een kennisintensieve economische groei van vijftien tot twintig procent per jaar. Veel landen hebben een dergelijke zone.

Misschien een oplossing voor Europa?

Ik denk het niet. Allereerst zijn vrijhandelszones extreme vormen van staatssteun. Belastingbetalers zouden de ondernemers, die het kennelijk in de echte wereld niet redden, een subsidie van toch algauw dertig tot veertig procent van hun omzet moeten gunnen. In een wereld waarin het terugdringen van overheidssubsidie topprioriteit heeft, is dat ondenkbaar.

Voorts ontstaat tussen de mensen binnen en buiten de zone rechtsongelijkheid. Een democratisch principe waarvan zelfs Dubai’s heersende familie Al Maktoum heeft gehoord. Die voerde in 1986 een arbeidswetgeving in die is gebaseerd op de ideeën van de International Labour Organisation. Met onder meer tien betaalde vakantiedagen, medische voorzieningen en een minimumloon. Natuurlijk zal daar in de praktijk nog veel misgaan. Net als in China en India, waar de massaal toegestroomde immigrantarbeiders van het platteland zijn overgeleverd aan koppelbazen en bij gebrek aan goedkope woningen in het open veld slapen. En dan? Hoe vind je geschoolde arbeiders die willen werken in een rechteloze omgeving. Of worden straatarme Bengalen ingevlogen?

Dan de milieuvervuiling en de problemen van ruimtelijke ordening; nog meer gezeur uit ‘progressieve hoek’. Maar hij, en wij allemaal, mogen blij zijn dat in een dichtbevolkt land als Nederland niet voor iedere fabriek zomaar plaats is. De Botlek en het Ruhrgebied zouden tot levensgevaarlijke terreinen verworden.

Verder is het idee gebaseerd op een verkeerde aanname. Ondernemers willen niet minder regels, de praktijk toont dat ze juist om meer regels vragen. Want regels zijn er voor iedereen, dus ook voor de concurrent. Onontbeerlijk bijvoorbeeld tegen valse concurrentie. In de afgelopen jaren is in Brussel door de industrie met succes gelobbyd voor meer regelgeving tegen digitale piraterij, tegen goedkope arbeid uit de nieuwe lidstaten, en tegen goedkope kleding.

Ten slotte, dat het Europese bedrijfsleven zou staan te trappelen om te investeren in gedurfde projecten, is niet gebaseerd op de huidige realiteit. Europese investeerders zijn van nature afwachtend. Vooral Europese banken zijn angstig. Meedoen met de Betuwelijn: ‘niet nodig’. Galileo, een veelbelovende concurrent van GPS: ‘te onzeker’. Wonen op het water: ‘te duur’. Windmolens op zee: ‘olie is goedkoper’. Europese investeerders willen voor iedere euro binnen vijf jaar er twee terug zien. Een stafmedewerker van het Nederlandse biotechnologiebedrijf Isotis, dat een paar jaar terug naar Amerika verhuisde, zei het mij als volgt: ‘wij gaan weg van de calvinisten, die je dwingen elk geïnvesteerd dubbeltje morgen te verantwoorden in plaats van vooruit te zien.’

Het ontbreekt de Europese ondernemer aan innovatiedrift en vindingrijkheid. Het merendeel van de kennisintensieve topbedrijven draait de R&D-uitgaven de laatste jaren consequent terug. Philips haalde in 2002 ruim acht procent af van het innovatiebudget, in 2003 was dat al 14 procent. Een megasubsidie in de vorm van minder regels en belastingontheffing, is geen antwoord op Europa’s worsteling met een dynamische economie te worden. Een betere manier om Europese welvaart gelijke pas te laten houden met de nieuwe marktpartijen is met durf te investeren in innovatieve producten en wetenschappelijk onderzoek. Alleen die sectoren leveren beloftevolle producten van de toekomt. Er is grote vraag naar zuinigere vliegtuigen, betere software, duurzamere productiemethoden, alternatieve brandstoffen; er valt nog zoveel te verbeteren. Zelfs het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek kan tot economische successen leiden. Neem CERN, het internationale experimentele natuurkunde laboratorium bij Geneve, dat ons internet heeft opgeleverd.

Laten we in plaats van ons te verlagen tot het niveau van de concurrent via de WTO of handelsverdragen Europese verworvenheden van goede arbeids- en milieuregels voor ieder mens afdwingen, Nederlander, Arabier of Chinees. Want waarom zou je doelstellingen van een democratie – veilig werk, een schoon milieu, rechtsbescherming – eerst overboord gooien ten gunste van extra economische groei, om daarmee vervolgens betere arbeidsvoorzieningen, een duurzamere industrie en de rechtstaat te financieren. Dat is water naar de zee dragen.

Gepost door Marco van op 11 november 2007 : 20:05
Permalink | Reacties (0)




1 november 2007

PV for president?

Het belangrijkste besluitvormingmoment in de Europese Unie is als de Europese ministers vergaderen. De frequentie van die vergadering wisselt en ook wordt niet over ieder onderwerp gesproken; de bevoegdheid van Europa is beperkt. De onderwerpen die op tafel komen in een Raad van Ministers zijn vooraf goeddeels afgekaart in de comités van permanente vertegenwoordigers, de Coreper, dat zijn de ambassadeurs in Brussel. Wat daar wordt besproken is nog weer eerder in ambtelijke comités doorgenomen.

Ambtenaren met het Europese hart op de goede plaats zeggen dat een goeddeels gesloten voortraject, waarin de Europese onderhandelingen plaatsvinden, nodig is om landen in alle rust de kans te geven successen en verliezen te incasseren. Hierbij kan ook steeds de afweging worden gemaakt tussen nationaal belang en Europees belang. Laat de vakmensen hun werk doen, is het credo.

Waarom is een controle op dit proces dan toch noodzakelijk? Omdat het doel van Europa nooit kan zijn een zo efficiënt mogelijke, technische invulling van beleid, ook al dient dat ieders belang. Europa zal altijd het resultaat moeten zijn van de wens van de meerderheid van de inwoners. Anders wordt aan de belangrijkste doelstelling voorbijgegaan: een duurzame welvaart met instemming van de mensen om wie het gaat. Wie wordt er niet boos als een monteur een auto terugbrengt na een APK en meedeelt dat hij ook maar meteen de banden en de ruitenwissers heeft vervangen? En hier is de rekening. Hoewel nuttig, had hij eerst moet overleggen.

Van een andere orde is dat ook de politieke besluitvorming in Europa steeds vaker een ambtelijke zaak aan het worden is. Een klein onderzoek leert dat de opkomst van de Nederlandse ministers bij de raadvergaderingen in het afgelopen jaar tot de laagste van Europa behoorden. Tot honderd procent van de gevallen was het de Nederlandse permanent vertegenwoordiger Tom de Bruijn of zijn plaatsvervanger Peter Kok die namens Nederland de politieke besluiten nam.

Ministerraad                                                       Minister afwezig              percentage

  • Onderwijs, Jeugd en Cultuur:                               twee van de twee keer      100 %
  • Interne Markt, Industrie en Onderzoek:                twee van de vier keer        50 %
  • Werkgelegenheid, Sociaal Beleid...:                     één van de twee keer         50 %
  • Economische en Financiële Zaken:                        twee van de acht keer        25 %
  • Landbouw en Visserij:                                          twee van de acht keer        25 %
  • Justitie en Binnenlandse Zaken:                            één van de vier keer          25 %
  • Vervoer, Telecommunicatiemiddelen en Energie:  één van de vier keer           25%      
  • Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen:     twee van de veertien keer  14 %
  • Milieu:                                                                 Nul van de vier keer           0 %

Naar de oorzaak van de afwezigheid van de democratisch te controleren ministers is het raden: verkiezingen, te druk in Nederland, kennisachterstand vanwege de moeilijke Brusselse dossiers. Ongetwijfeld goede redenen, maar de vraag dient zich aan of Europese Ministerraden niet een ritueel dreigen te worden waar stevig handen worden geschud en kennisgemaakt, maar waar nauwelijks nog wordt gediscussieerd of onderhandeld. Zijn de Ministerraden nog wel nodig als topambtenaren politieke besluiten kunnen nemen?

Gepost door Marco van op 1 november 2007 : 21:34
Permalink | Reacties (1)




24 oktober 2007

Vier vragen bij de Blue Card

Gisteren presenteerde eurocommissaris voor justitie, vrijheid en veiligheid Franco Frattini in het Europees Parlement zijn ideeën voor een Europese Blue Card. Europa lijdt onder de vergrijzing, komt goed geschoolde arbeiders tekort en moet daarom aantrekkelijker worden gemaakt voor toptalent uit de rest van de wereld. Met de Blue Card kunnen die straks twee jaar lang in de EU legaal werken en verblijven. Ook hun gezin kunnen ze meenemen.

Het Europees Parlement ziet de Blue Card wel zitten en stemde voor. ‘De kaart schept duidelijkheid en eerlijkheid voor mensen die naar Europa willen komen’, was een reactie van VVD’er Jeanine Hennis-Plasschaert. Het is een manier om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, oordeelde het Parlement. ‘Het vereenvoudigen en versnellen van de procedures voor hun immigratie is een belangrijke stap’, vindt Emine Bozkurt die namens de PvdA lid is van de sociaal-democratische PES-fractie.

Het is mooi streven om enerzijds goedopgeleide jonge mensen uit Derde Wereldlanden - want daar gaat het over - een kans te bieden in Europa, en anderzijds te voorkomen dat het overgrote deel van de hoogopgeleide migranten altijd maar naar de VS of Canada vertrekt. Naast de vraag of over de gevolgen van de plannen wel voldoende zijn doordacht – ik schreef er eerder over – (hoe stel je vast wie een talent en hoe voorkom je dat iedereen naar Groot-Brittannië wil, of naar Nederland?) zitten er nog een aantal opmerkelijke kanten aan het plan.

Allereerst (1): is het nog menselijk om iemand voor twee jaar naar Europa te halen met gezin, een carrière te laten starten en hem dan weer terug te sturen? Verder (2): Hoeveel werkgelegenheid is er nu eigenlijk in Europa dat deze kansrijke nieuwkomers ook werkelijk een baan kunnen vinden? Dan (3): Waarom zou Europa een noodlijdend Derde Wereldland nog van zijn toptalent willen beroven? Tenslotte (4): Hoe reëel is het dat iemand Europa boven Amerika verkiest?

Vooral die laatste vraag moet tot denken aanzetten. Ruim negentig procent van de toppers die uit Afrika en Azië naar de VS, Canada en Australië willen, gaat voor de kansrijke arbeidsstructuren, niet omdat Europa dicht zou zitten. Van bijvoorbeeld Chinese studenten is bekend dat ze ondanks gunstiger voorwaarden en goedkoper collegegeld niet naar Europa komen om te studeren. Het zijn juist de laagopgeleide migranten die ondanks alle barrières de EU verkiezen.

Het Europees Verbond van Vakverenigingen (ETUC) wil dat Frattini gaat overleggen met de sociale partners over de invulling van de zogenoemde Blue Card. Catelene Passchier, dagelijks bestuurslid van ETUC zegt: ‘,Het is de vraag of we niet bezig zijn een blik migranten open te tekken, terwijl we onvoldoende investeren in scholing van migranten die er al zijn.’ Of het plan doorgaat wordt bepaald op de volgende Raad van de Europese ministers van Justitie op 8 november.

Gepost door Marco van op 24 oktober 2007 : 11:18
Permalink | Reacties (2)




17 oktober 2007

Hervormingsverdrag hervormd

Na tienduizenden uren vergaderen, politieke retoriek, referenda en omtrekkende bewegingen is het oude Grondwettelijke verdrag tot een nieuw Hervormingsverdrag omgesmeed. Afgezien van dat het onmogelijk is gebleken precies in te schatten of de democratie in Europa er iets mee opschiet, is een aantal bepalingen in het nieuwe verdrag winst. Ik schreef er eerder over. Maar naar nu blijkt is opnieuw gesleuteld aan het verdrag dat vrijdag in Lissabon ter ratificatie voorligt op een informele top van Europese regeringen.

Volgens Deidre Curtin, hoogleraar recht en bestuur van internationale organisaties aan de Universiteit Utrecht, kan het Europees Hof van Justitie vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe verdrag (waarschijnlijk in 2009) gedurende vijf jaar ‘niet zijn normale rechtsmacht uitoefenen’ op het terrein van politie- en justitiesamenwerking in Europa. En dat is nieuw, en waarschijnlijk het gevolg van recent Brits protest. Curtin schreef haar bevindingen op de opiniepagina van NRC Handelsblad.

Curtin is geen voorstander van referenda, zoals ze bij de aanvaarding van de Spinozapremie liet weten. Maar ze maakt zich wel zorgen over het democratisch gehalte van de EU. Nationale rechters kunnen voorlopig geen vragen voorleggen aan het Hof in Luxemburg over bijvoorbeeld het Europees arrestatiebevel. En Europese burgers kunnen moeilijker verhaal halen bij de hoogste Europese rechtsinstantie als ze met politie of justitie in aanraking zijn geweest. Haar vaderland, Ierland, is overigens het enige land waar nog een referendum gehouden gaat worden over het nieuwe verdrag. Het is niet waarschijnlijk dat de Ieren tegen zullen stemmen. Is dat wel het geval dan zal het verdrag opnieuw oponthoud oplopen.

En er is nog meer te regelen. En dat wel voor a.s. vrijdag. De Polen willen dat het zogenaamde Ioannina-mechanisme formeel wordt. Kleine landen kunnen hiermee besluiten enkele maanden uitstellen met een verzoek om heroverweging. Nederland is tegen dit systeem. Dat is er nog gedoe met Bulgarije dat euro als ‘evro’ willen kunnen schrijven, net als de Grieken. En Oostenrijk wil buitenlandse studenten kunnen weigeren naar aanleiding van massa-inschrijvingen door studenten uit Duitsland die gebruik maken van het recht om overal in Europa te mogen studeren, met behoud van financiering uit eigen land.

Italië en België zijn het voorts niet eens met de op handen zijnde nieuwe zetelverdeling in het Europees Parlement na de verkiezingen van 2009. De landen leveren allebei zetels. België heeft er dan twee minder dan Nederland, en Italië heeft nu nog evenveel zetels als Frankrijk en Groot-Brittannië maar verliest ten opzichte van die twee landen. Dit wordt waarschijnlijk doorgeschoven naar een later moment.

Wat rest is een vertaling van het verdrag in 23 talen en de publicatie van leesbare versie voor het grote publiek.

Gepost door Marco van op 17 oktober 2007 : 12:32
Permalink | Reacties (0)




11 oktober 2007

E-zin in zeven talen

Wie kent niet het Erasmusprogramma? Met Interrail verreweg het meest succesvolle Europese integratieprogramma voor jonge mensen. En zo simpel. Je stimuleert het contact tussen Europese burgers in een vroeg stadium van hun leven, en je bouwt voor komende generaties aan een uitdijend Europees netwerk van vriendschappen en contacten. Voor Interrail deed een spotgoedkope Europese treinpas het werk, voor Erasmus bleek een studiebeurs voor een buitenlandse universiteit de gouden greep.

En dat het samenbrengen van mensen op deze manier werkt, mag blijken uit een initiatief dat recent tot volle wasdom kwam: cafebabel.com. Dit is naar eigen zeggen het eerst meertalige tijdschrift in Europa over actuele zaken, politiek en opinie, opgericht door oud-Erasmusstudenten. De redactie zit in Parijs, maar leerde elkaar merendeels kennen in Straatsburg, waar in januari 2001 de vereniging Babel International werd opgericht aan het Political Science Institute (IEP). Het doel destijds was een platform te zijn voor debat over Europese zaken.

Met geld van onder meer culturele fondsen het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken is de site uitgegroeid tot een flink digitaal tijdschrift met artikelen geschreven door lokale correspondenten. Dat zijn jonge of amateur-journalisten. Verder heeft de site verschillende themakaternen, interviews en een what’s on. Populair is ook Brunch with..., een interview met een bekende Europeaan. Deze maand is dat Ángel Parra, de in Parijs wonende Chileense muzikant. Sinds kort zijn er actieve blogsites bijgekomen, en binnenkort volgt een chatgedeelte. En dat in zeven talen: Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaanse, Pools en Catalaans.

‘Nederlands verwacht ik niet dat er snel bij zal komen’, zegt Thamar Zijlstra. ‘Het redigeren en vertalen van de artikelen is nogal bewerkelijk en daar hebben wij in Amsterdam niet de mensen voor.’ Zijlstra is bij cafebabel in Nederland een van de vier vrijwillige redacteuren en organisatoren. Eén keer per week komen ze samen. Soms reist ze naar een van de andere twintig steden waar cafebabel kantoor houdt. ‘Om te overleggen of om een verhaal te maken.’ Per week is ze variërend van een uur tot een dag bezig voor Cafebabel, naast haar studie Europese Politiek aan de Universiteit van Amsterdam.

Cafebabel richt zich op de hoger opgeleide en internationaal georiënteerde Europeaan. Zijlstra: ‘We weten uit onderzoek dat de bezoekers en deelnemers zo tussen de 25 en 40 jaar zijn.’ De Erasmusgedachte is nog steeds een onderdeel van de opzet van de site. De Europese integratie en het streven naar een vreedzamer Europa zie je terug in de onderwerpkeuze, het gaat veel en stevig over Europese zaken. ‘Maar het is geen propaganda voor Europa’, zegt Zijlstra. ‘We willen journalistieke artikelen brengen en ook de opinieverhalen gaan er soms hard tegen aan. Alles om het debat op gang te houden.’

Een origineel initiatief op cafebabel kreeg de naam Cities, een reeks artikelen over een stad. Een aantal jonge journalisten spreekt af in een stad in Europa en schrijft naar eigen inzicht en keuze een verhaal. Die worden gebundeld in een dossier. Het zijn mooie kleine portretjes geworden. De eerste stad die werd beschreven was Amsterdam.

Gepost door Marco van op 11 oktober 2007 : 22:29
Permalink | Reacties (0)




7 oktober 2007

Van Buitenen is terug

In een serie interviews met Klokkenluider Paul van Buitenen en Nicholas Ilett, de directeur van de Europese financiële controle-instelling OLAF, opgenomen en uitgezonden door de Europese internetzenders Eux.tv, wijst hij op onregelmatigheden bij OLAF en bij een OLAF-programma op Cyprus, genaamd 'Hercule'. De gedreven financieel specialist onderzoekt al jaren de financiële handel en wandel van de Europese Commissie. Eerst als ambtenaar, de laatste jaren als Europarlementariër voor Europa Transparant.

Eerder al dit jaar heeft Van Buitenen 15 parlementaire vragen gesteld aan de Europese Commissie. Die gingen over vermoedens van gemanipuleerde benoemingen, politieke inmenging en afdreiging van journalisten. Van Buitenen stelde ook vraagtekens bij de benoemingsprocedure van zowel de Directeur-generaal in 2006 als van enkele vacante onderdirecteursposten die op dit moment worden vervuld. Omdat OLAF nog steeds een interne dienst van de Europese Commissie is, vraagt Van Buitenen de Commissie om een onderzoek in te laten stellen door haar Directoraat Tuchtrechterlijk Onderzoek, maar tot nog toe weet de antifraude dienst OLAF dit af te houden onder verwijzing naar haar onafhankelijke status ten opzichte van de Commissie.

Ilett ontkent voor Eux.tv dat er iets aan de hand, volgens hem is van Buitenen niet goed geïnformeerd. ‘In de selectie van personeel zijn er soms verschillen van inzicht over de deskundigheid van de kandidaten’, zegt Ilett. ‘Er kan zelfs sprake zijn van roddel in de wandelgangen over beslissingen die achtereenvolgens genomen zijn. Maar dat er verschillen van inzicht zijn wil nog niet zeggen dat er sprake is van onregelmatigheden.’ Van corruptie of misleiding is volgens Ilett helemaal geen sprake.

Aan Eux.tv heeft de Commissie een gedeelte van de beschuldigingen van Van Buitenen bevestigd (onderaan). Van Buitenen: ‘Het gaat niet alleen om misstanden binnen de antifraude dienst. De zaken die ik aankaart zijn het bewijs dat de huidige structuur van Europese instellingen niet goed werkt. Alleen indien we duidelijke keuzes durven te maken komt democratische controle terug binnen de EU. De huidige voorstellen voor een nieuw Europees Verdrag zijn geen oplossing.’

De interviews met Van Buitenen en Ilett zijn hier te zien.

Van Buitenen stelt zich over ruim een jaar waarschijnlijk niet opnieuw kandidaat voor het Europees Parlement en denkt aan een terugkeer als ambtenaar van de Europese Commissie. Hij heeft 'niet genoeg boven tafel weet te krijgen' om zijn werk als parlementariër nog langer te rechtvaardigen. In De Telegraaf van 20 september zegt hij: ‘Het is een grote etterende wond. Manipulaties en vriendjespolitiek. Ik heb stapels bewijzen, maar niemand komt in actie. Het is een grote doofpot en men beschermt elkaar.’

Gepost door Marco van op 7 oktober 2007 : 21:15
Permalink | Reacties (0)




28 september 2007

Blauwtje lopen

Werken in Europa

De Europese Commissie komt deze week met twee nieuwe initiatieven. Ter gelegenheid van de Europese banendag morgen geeft het vijftig jonge Europeanen de kans voor een periode in een ander land aan het werk te gaan. Het project ‘Je eerste baan in het buitenland’ is ervoor bedoeld om jonge Europeanen erop te wijzen dat ze overal in Europa vrij aan het werk kunnen.

‘Het recht om in een ander land in Europe te werken is een van de fundamentele vrijheden van de EU’, zegt Vladimír Špidla, de Europese commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Gelijke kansen. ‘Meer mobiliteit op de banenmarkt is een voordeel voor werknemers en werkgevers.’ Špidla selecteerde vijftig jonge mensen (de EU bestaat vijftig jaar dit jaar) en gaf hen de gelegenheid om ten minste vier maanden een betaalde baan elders in Europa te hebben.

De geselecteerden worden begeleid door EURES, een organisatie die de banenmobiliteit in Europa moet stimuleren. De ervaringen van de deelnemers worden bijgehouden in een blog die ze zelf schrijven, en in 2008 volgt een ‘feestelijke bijeenkomst’ om de ervaringen uit te wisselen voor de volgende ronde. Het initiatief staat open voor alle Europese burgers en mensen uit de zogenaamde EFTA landen, dat zijn Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein. Voorwaarden zijn dat je ouder bent dan 18, nog niet eerder een baan hebt gehad buiten je eigen land. Inschrijving staat open tot 15 oktober via de website van EURES.

Een mooi initiatief van de Europese Commissie, al is de praktijk toch weerbarstiger dan de Commissie jonge werkzoekenden wil laten geloven. Niet iedereen is het zomaar toegestaan in een ander land binnen Europa werk te zoeken. Werkzoekenden uit Oost-Europa krijgen niet overal een werkvergunning, en in andere gevallen is hun komst aan een maximum gehouden. Europa is nog lang geen vrije arbeidsmarkt.

Daarbij gaat de jonge hoogopgeleide Europeaan in de toekomst concurreren met werkzoekenden van buiten Europa. Europarlementariërs steunden deze week het idee voor de invoering van een Europese Blue Card. Dat betekent dat mensen van buiten EU kunnen opteren voor een tijdelijke verblijfsvergunning op basis van een baan, naar analogie met de Amerikaanse greencard. Europa als een immigratieland. ‘Het is de enige manier om de vraag en het aanbod op elkaar af te stemmen,’ aldus VVD-parlementariër Jeanine Hennis-Plasschaert.

Europa wil dat hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit landen buiten de EU makkelijker toegang krijgen tot de Europese arbeidsmarkt. ‘We hebben deze kenniswerkers nu al hard nodig om onze economie draaiende te houden’, zegt Emine Bozkurt van de Europese delegatie van de PvdA. ‘Als de EU economische groei en innovatie nastreeft, zijn ze in de toekomst simpelweg onmisbaar. Maar we moeten wel eerlijk met ze omgaan en hen vanaf het begin duidelijk maken wat hun rechten en plichten zijn.’ Het Europese Parlement vindt wel dat de lidstaten zelf het recht behouden om te bepalen welke en hoeveel arbeidsmigranten zij op hun grondgebeid toelaten.

Europa lijkt nog niet helemaal zeker van zijn probleem. Enerzijds moet de arbeidsverdeling over de Europese lidstaten en enkele andere Europese landen beter geregeld. En kan dat alleen met beperkingen. Anderzijds is er kennelijk een tekort aan mensen en moeten die van buiten Europa worden gehaald.

Gepost door Marco van op 28 september 2007 : 11:51
Permalink | Reacties (3)




26 september 2007

Vliegensvlugger

Gepost door Marco van op 26 september 2007 : 18:54
Permalink | Reacties (0)




22 september 2007

Van de domme

Als het aan het Nederlandse kabinet ligt komt er geen referendum over het nieuwe Europese verdrag. Dat verdrag heet inmiddels Hervormingsverdrag, maar is zijn moeizame leven begon als Grondwet voor Europa. Dat verdrag redde het in Frankrijk en Nederland niet. Een fikse nee-campagne, een meesterzet van euroscepticus Bolkestein en twee volksraadplegingen waren daarvoor nodig. Het verdrag heeft nu een nieuwe naam en nieuwe tussenkopjes, maar is inhoudelijk nagenoeg ongewijzigd, en zal dus niet aan de Nederlander worden voorgelegd.

Best raar. Los van de vraag of je in een vertegenwoordigende democratie de bevolking vragen moet voorleggen waarvan bij het merendeel de kennis ontbreekt om een afgewogen antwoord te geven, is het wel zo logisch om een eenmaal ingeslagen weg te vervolgen. Wij mochten ons destijds uitspreken over onze toekomst in Europa, dat ligt voor de hand dat we dat nu ook mogen. De argumenten die het kabinet tegen deze logica inbrengt zijn de volgende:

Volgens Balkenende is het vernieuwde verdrag nu een gewoon wijzigingsverdrag en kunnen de Tweede Kamer en de Eerste Kamer het volgens de normale procedure goedkeuren. Staatssecretaris Frans Timmermans van Europese Zaken en de premier benadrukten dat het nieuwe verdrag voldoende tegemoetkomt aan de wensen van de Nederlandse bevolking, die de Europese grondwet in 2005 wegstemde. Een referendum over het vernieuwde Europees verdrag zou een verspilling zijn van tijd en geld. Dat zei Timmermans vrijdag tegenover de BBC.

Dan verwijst het kabinet naar het advies van de Raad van State. Die vindt dat het referendum in het Nederlandse staatsbestel niet thuishoort. Een niet-bindend referendum was vanwege de grondwettelijke status voor het eerste verdrag wel hun advies. Nu het om een herziene versie gaat, is een referendum  niet meer nodig. 

Verder refereert het kabinet eraan dat de Europese politiek democratischer is geworden met het vernieuwde verdrag. Nationale parlementen mogen  meekijken en indirect meesturen aan Europese besluitvorming. Dat is goed en dat is winst, maar geen argument om het nieuwe verdrag niet aan de Nederlander voor te leggen. De vraag is waarvoor zou het kabinet bang is. Het protest is begonnen om een gebrek aan democratie en zeggenschap in Europa. Nu dat is verbeterd is er aanzienlijk minder reden om te verwachten dat de Nederlander Europa weer afwijst.

Tenslotte is er nog een mind twister. Juist omdat er weinig is veranderd aan het vernieuwde verdrag is er geen reden om deze opnieuw aan de bevolking voor te leggen, aldus het kabinet. NRC-Handelsblad komt in het commentaar dit weekend met de argumenten. Want, zo schrijft de krant, dat zou bedrog zijn. ‘Het heeft weinig zin om opnieuw advies van de kiezers te vragen over praktisch dezelfde tekst... Het kabinet kan niet opnieuw worden teruggestuurd naar Brussel... Het is bedrog om in een referendum te doen alsof er niets is gebeurd, die andere landen niet bestaan en alsof Nederland de vrije hand heeft om het verdrag verder aan de eigen smaak aan te passen. Een tweede ‘nee’ wordt onuitvoerbaar.’

Die redenering deugt in zoverre dat als het kabinet zou erkennen dat het verdrag wezenlijk ongewijzigd is – wat opmerkelijk zou zijn omdat het verdrag niet tegelijk vernieuwd en ongewijzigd kan zijn – een nieuw referendum inderdaad niet nodig is. We weten al wat de Nederlandse bevolking dan zal stemmen: tegen. Het antwoord van het kabinet is inmiddels ook bekend. Die ratificeert toch, ongeacht de mening van het volk of parlement. Het kabinet zal zijn veto gebruiken, heeft premier Balkenende gezegd.

En zo zit het natuurlijk. Het kabinet houdt zich een beetje van de domme. Nederland heeft al lang geen onderhandelingsruimte meer in Europa. Het verdrag moet er hoe dan ook komen.

Hier op de site van Intermediair kun je meediscussiëren.

Gepost door Marco van op 22 september 2007 : 17:47
Permalink | Reacties (0)




17 september 2007

Beter een verre vriend...

...dan een goede buur. Het is de wereld op zijn kop, maar je zou het bijna denken als we in dezelfde week van de Amerikanen te horen krijgt wat een goed werk we doen in Afghanistan en de waarnemend Belgische minister van Buitenlandse Karel de Gucht hoort herhalen: ‘Nederlanders zijn zeurpieten en ongezellige mensen’. Wat we van het Amerikaanse compliment moeten denken is voor een ander plek, de woorden van de buurman zijn in ieder geval niet aardig.

Maar het meest verontrustende aan de uitspraak van De Gucht vorige week is misschien nog wel dat het niemand is opgevallen en het ook niemand schijnt te deren. Aan Nederlandse kant blijft het stil, en aan Vlaamse kant ook. De Gucht zei het in 2005 voor het eerst, en ook toen bleef het stil. De Belgische politiek kun je kennelijk negeren. Dat is schrikken voor een land dat bezig is zichzelf uit te vegen.

Niet dat Vlaamse politic er niet alles aan doen om de aandacht te krijgen. 'In Congo heb ik niet één politicus ontmoet waarvan ik onder de indruk ben', aldus De Gucht, Nederlanders gaan een snelwegbelasting betalen, als het aan de oud-premier Verhofstad ligt en de Walen zijn mogelijk niet intelligent genoeg om Nederlands te leren, aldus formateur en beoogt premier Yves Leterme. Het zijn zomaar een paar recente voorbeelden van de ferme taal die Vlaamse politici uitslaan. Op zich verfrissend internationaal voor mensen die gevangen zitten in een failliet politiek systeem waarin ze toch vooral met zichzelf en met elkaar bezig zijn.

Maar het klinkt wat wrang als op de achtergrond het voortbestaan van de natie op het spel staat. Daarover later meer. Want eerst speelt nog dat het land flink wat zetels in het Europees Parlement dreigt kwijt te raken, als gevolg van de komende herschikking. Daar zal De Gucht ook wel iets van vinden, als gewezen lid van het Europees Parlement, waar hij van 1980 tot 1994 zat. En vervolgens tot 2003 lid werd van het Vlaamse Parlement, tot hij minister van Buitenlandse Zaken werd in het laatste Belgische kabinet. Hoe ironisch is het dat juist deze man afgelopen juni kwam met het boek getiteld Pluche, dat gaat over de risico’s van radicale politiek.

Gepost door Marco van op 17 september 2007 : 20:30
Permalink | Reacties (0)




14 september 2007

Die rotregels

Half juni was hij er ineens, de vale gier. Eerst in België, later in Nederland, Duitsland, en dan weer terug in Vlaanderen. Bij Ursel (Knesselare) zaten er op 17 en 18 juni 64 of meer in een weiland. Nooit werden er zoveel gezien in het Vlaamse land.

Het was voor medewerkers van Natuurpunt en Natuur & Landschap Meetjesland snel duidelijk waarom de dieren helemaal naar België waren komen vliegen. Sinds vorig jaar is het in hun oorspronkelijke leefgebieden in de Pyreneeën dor Europese regelgeving niet langer toegestaan kadavers van dood vee te laten liggen. En net daar leven gieren van: kadavers. 'Het zijn bootvluchtelingen, uitgehongerde illegalen', zegt Wim Slabbaert van Natuur & Landschap Meetjesland. 'Ze gaan een hongerdood tegemoet', vreest Dominique Verbelen van Natuurpunt.

Verontwaardiging alom, die Europese rotregels ook. Toch lijken deze conclusies minder logisch dan gedacht. De vale gier wordt al veel langer in Noord-Europa waargenomen, zij het nog nooit in deze grote aantallen. En er zijn wel betere plekken waar hij naartoe zou kunnen uitwijken als hij in de Pyreneeën te weinig eten vindt. Bijvoorbeeld naar de Vercors, het grootste natuurreservaat van Frankrijk, waar het dier enkele jaren geleden met succes is teruggeplaatst. Met in het wild malse lammetjes en weerloze bevers voor het oprapen.

De Franse onderzoeker Jean-Pierre Choisy is het hoofd van het faunaprogramma van het Parc Naturel Régional du Vercors, een bekend vogelbeschermer en coördinator voor de waarnemingen van de gier in Europa. 'Het voedseltekort als gevolg van het verbod op massagraven uit 2006 is niet de oorzaak van de grootschalige verplaatsingen van de vale gier in Europa', vertelde hij mij onlangs. 'Daarvoor zijn twee belangrijke aanwijzingen: het patroon dat niet-broedende vogels tussen april en juli naar het noorden vliegen, is al enige jaren aan de gang. En er zit een duidelijke seizoensdynamiek in, terwijl het voedseltekort het hele jaar speelt'.

Zodra de winter eraan komt, vliegen de gieren massaal terug, heeft Choisy waargenomen. 'Veel langer geleden neigde de vale gier ook al naar rondtrekken door Europa', meent Choisy. 'Door het feit dat er lange tijd zo weinig gieren waren, bleef dat trekken achterwege.'

Dat er nu weer gieren naar het noorden trekken, is volgens de Franse vogelkenner het gevolg van de herintroductie in onder meer de Vercors, aan de voet van de Alpen. In Oost-Frankrijk leven nu al meer dan zevenhonderd vale gieren, die geregeld de grens over trekken, onder meer naar Zwitserland. Maar ook in 2005 verplaatsten enige tientallen vale gieren zich in negen dagen via het noorden van de Vercors, Savoie, Haute-Savoie en de Zwitserse Jura naar het Zwarte Woud in Duitsland.

Een paar weken geleden heeft Choisy een oproep geplaatst via de vele vogelspottersnetwerken in Europa om het hem direct te melden als ergens een vale gier wordt gezien. Met name informatie van ringen en andere markeringen en beschrijvingen van kleurmarkeringen van het verenkleed en de vleugels zijn interessant. Hij zou er ook graag foto's bij krijgen. 'Op deze manier kan ik achterhalen wat de herkomst is van de dieren die dit jaar naar het noorden komen.'

Gieren patrouilleren alleen, maar leven in groepen. Tijdens het zoeken naar voedsel letten ze op elkaar. Een gier die van richting verandert of neerstrijkt, zal direct worden gezien door zijn soortgenoten. Die zullen daarop meteen komen kijken. De vale gier is een zwever. Omdat achtergelaten kadavers steeds minder voorkomen, vaak moeilijk te vinden zijn en kort blijven liggen, kost het vinden van aas de gier veel energie. Die energie behoudt hij door een groot deel van de zoektocht te zweven. Dat verklaart ook de enorme spanwijdte van 2,5 meter.

De gier maakt graag gebruik van opstijgende warme lucht en komt zodoende vooral voor in gebieden met thermiek, veelal warme, droge streken in de bergen van Zuid-Europa. In het vlakke Noord-Europa voelt hij zich dan ook niet op zijn gemak, aldus Choisy. Hij begrijpt dan ook wel dat de dieren binnen enkele dagen weer naar het zuiden waren vertrokken.

Het tweehonderd kilogram afvalvarkensvlees dat Vogelbescherming Vlaanderen in een weide aan het Neigembos in Ninove had neergelegd, hebben ze niet aangeraakt. 'Al zou de gier voedseltekort hebben, wat wel voorkomt, dan nog zal hij om energie te sparen niet een grote reis ondernemen. Wat mij betreft, waren het gewoon toeristen.'

Gepost door Marco van op 14 september 2007 : 18:45
Permalink | Reacties (0)




5 september 2007

Hulp van de vijand

Volgens de Amerikaanse ambassadeur bij de Europese Unie, Boyden Gray, hebben diplomaten van de EU en de Navo te weinig contact. ‘En dat is jammer,’ vindt hij. Gray heeft een punt, maar de zorg gaat verder dan dat: er is rivaliteit tussen EU en Navo-diplomaten. Eind vorig jaar werd door de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EU de Navo nog ‘de vijand’ genoemd. Al was dat gekscherend, het toont de toon.

Deze houding is best raar. De Navo bestaat bepaald niet alleen uit norse militairen. Het is bovendien het oudste naoorlogse politieke samenwerkingsverband in Europa en diepgeworteld in de Europese infrastructuur. Niet alleen politiek trouwens, de Navo heeft in de jaren vijftig een enorm netwerk van brandstofleidingen laten aanleggen in Europa; van de kusten, via Frankrijk en de Benelux, naar Duitsland. Verder heeft het eigen communicatiekanalen en eigen vliegvelden.

EU-diplomaten zouden nog veel kunnen leren van de politieke behendigheid van de Navo-burgers en militairen. Zeker nu de lidstaten zelf ambities hebben om een legermacht op te zetten. Plannen die overigens al veel verder zijn dan de vergadertafel. Er lopen op dit moment al 5366 soldaten onder Europese vlag in één of ander brandhaard.

Het Europese Defensieagentschap (interview met de eerste chef) heeft de uitvoerende taak gekregen het een en ander op poten te zetten. Het politieke initiatief ligt nog bij Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk. Echt in dienst van de EU zijn maar tweehonderd soldaten. De overige ruim vijfduizend troepen worden rechtstreeks geleverd door deelnemende landen.

Zo keurde het formeel niet-actieve Belgische kernkabinet deze week deelname goed aan de operatie die de EU van plan is op te zetten in het oosten van Tsjaad en het noordoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Zo’n tachtig tot honderd mannen en vrouwen zullen richting de betrokken regio’s trekken die grenzen aan de Soedanese crisisprovincie Darfoer. Andere logische interventiegebieden zijn de Balkan en het Midden-Oosten. Europese soldaten bewaken al mee aan de grensovergang bij Rafah, tussen Gaza en Egypte.

Dit jaar lanceert Europa zijn eerste battle groups. Dat zijn gevechtseenheden van ongeveer 1500 soldaten die binnen vijftien dagen klaar moeten kunnen staan aan een front. Het mandaat van deze groups is dat ze op een afstand van maximaal zesduizend kilomtere gedurende vier maanden ingezet kunnen worden. Wat hun rules of engagement zullen zijn, zal per opdracht worden bepaald. In juni van dit jaar is bij een oefening in Zweden voor het eerst het eigen Europese mobiele commandocentrum uitgeprobeerd in samenwerking met de ‘civiel-militaire planningscel’ in Brussel. Het was de tweede militaire oefening die de EU uitvoerde.

Er wordt wel samengewerkt tussen de EU en de Navo, maar te weinig, concluderen diplomaten. En het is vooral de EU die daaronder lijdt. Want als de Europese samenwerking echt wereldwijd wil meedoen op militair-strategisch vlak zal het beslagen ten ijs moeten komen. Bijvoorbeeld met voldoende manschappen. En het valt voorlopig nog niet mee veel meer landen dan Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en België warm te krijgen voor Europese operaties.

Misschien dat eens bij Navo-partner Nederland te rade kan worden gegaan. Die zal deze maand de nieuwe Patriot Advanced Capability-3 raketten geleverd krijgen. Nederland heeft er nu een ‘hit-to-kill’ capaciteit bij. Met de Amerikaanse atoombommen die het in Volkel in beheer heeft, een land dat de EU-diplomaten te vriend zouden moeten houden.

Met dank aan Kristof Clerix.

Gepost door Marco van op 5 september 2007 : 18:34
Permalink | Reacties (0)




30 augustus 2007

Europa's Koude verleden

Met het verrijkt uranium dat in Europa voor zwerfvuil ligt, zouden terroristische groeperingen vuile bommen kunnen maken, vrezen deskundigen. Miljoenen gaan er in het opsporen en opruimen. Is het genoeg?

In de bossen van Letland, tien kilometer buiten de hoofdstad Riga, staat de kernreactor van Salaspils. Hoewel, staat? De muren staan nog overeind, maar daar is dan ook alles mee gezegd. De nucleaire onderzoeksreactor van het Instituut voor Natuurkunde ligt volledig op zijn gat. Wie in Salaspils rondloopt, waant zich in een spookkasteel. Dat was drie jaar geleden zo, en dat is nog steeds het geval.

Veel van de ruiten zijn gebroken. In de lange, uitgestorven gangen stinkt het naar konijnenhok. Links en rechts tikken geigertellers op krakkemikkige tafeltjes, en de laboratoria zijn leeg. Er staat een gekneusde cactus naast enkele flesjes met een onduidelijke inhoud. De apparatuur is kapot en de deuren hangen uit hun hengsels. Op een paar stafleden, wat achtergelaten apparatuur, een werkende kernreactor en een oude cactus na is Salaspils volledig uitgestorven. Zelfs de airconditioning doet het niet meer.

In Salaspils werd ooit onderzoek gedaan. De centrale leverde 5.000 kilowatt energie in de vorm van neutronen-opbrengst. Maar het onderzoek ligt nu al jaren stil. Er rest een bouwval met een 'zwembad' van 40.000 liter, met daarin twintig kilogram gloeiend heet en hoogradioactief uranium, goed voor nog zo'n 40 kilowatt warmte-energie.

Salaspils is een erfenisje uit de tijd van de Sovjet-Unie. Bij de sluiting, in 1998, is de meeste Russische onderzoeksapparatuur meegenomen, de hoogradioactieve reactor en de onderzoeksgebouwen zijn blijven staan. Het gaat om een IRT 1000, een van de eerste Russische onderzoeksreactoren. Gebouwd in 1959 en door de Russen in 1998 achtergelaten. Sindsdien wordt het instituut draaiende gehouden door een handjevol personeel dat ooit voor de Russische apparatuur opgeleid is. Sommigen van hen zijn inmiddels hoogbejaard, en het lijkt er niet op dat ze ooit door jongere collega's opgevolgd zullen worden. In de voormalige sovjetrepublieken zijn er nog maar weinig mensen die weten hoe je met splijtstaven van Russische makelij om moet gaan.

Een van de medewerkers van het instituut is Janis Berzins. Hij werkt hier al ruim vijftig jaar en was erbij toen op 26 september 1961, om twee minuten over vijf 's middags, de eerste kernsplitsing-kettingreactie in gang gezet werd. 'Kritiek gaan' heet dat.

Er zijn geen jongere deskundigen die de Russische reactor kunnen beheren en ontmantelen. Berzins is nu over de zeventig jaar, maar noodgedwongen is hij nog steeds dagelijks in het spooklaboratorium te vinden. 'Om op te ruimen', zegt hij. 'Aan onderhoud komen we niet echt toe.'

In mei 2005 werd alvast drie kilogram verrijkt uranium teruggehaald naar Rusland. Maar het grote probleem blijft de ontmanteling van de centrale.

Onderdirecteur Berzins is met enkele andere oudgedienden, en zo nu en dan geassisteerd door een buitenlandse deskundige, bezig om voorbereidingen voor de ontmanteling van de reactor te treffen. Maar dat proces is wegens geldgebrek al enkele keren uitgesteld. 'In 2010 moeten de eerste en de tweede beschermingsschil klaar zijn om afgebroken te worden', vertelt hij.

De Amerikanen zijn al langs geweest, net als de Europese Commissie en de Navo. Leden van het Internationale Atoomagentschap (IAEA) in Wenen komen ieder jaar even kijken. Europa wil het spul niet hebben. Amerika wil het niet. En Rusland wil het liever ook niet en chanteert ondanks internationale afspraken om voor de ontmanteling zorg te dragen, Europa over onder meer de positie van de Russische minderheid in Letland. Die zouden te weinig burgerrechten hebben.

De bewaking van Salaspils stelt niets voor. Er liggen wat rollen prikkeldraad op de grond en naast de poort staat een hokje met een bewaker erin. Volgens het Nuclear Threat Initiative, een particuliere organisatie die de verspreiding van massavernietigingswapens tegen wil gaan, beschikt Salaspils over een PIN-pascontrole en een biometrisch identificatiesysteem. Lange tijd waren die er niet. De Amerikaanse overheid plaatste in 2004 wel een detectiepoort op de uitrit . Iedere auto en vrachtwagen die van het terrein rijdt, kan zo op sporen van radioactiviteit worden gescreend. Maar mensen die kwaad in de zin hebben hou je daar echt niet mee tegen. Dat geeft Berzins toe: 'Als iemand ervandoor wil gaan met uranium dat hier ligt, is dat mogelijk', zegt hij. 'Maar je zou knettergek zijn om dat te doen. Het is levensgevaarlijk spul.'

Nou laat het journaal geregeld zien dat er genoeg 'gekken' rondlopen die hun leven willen geven om hun ideeën kracht bij te zetten. Met het uranium dat hier ligt, zou een terroristische groepering een vuile bom kunnen maken. Graham Allison, directeur van het Belfer Center for Science and International Affairs van de Amerikaanse Harvard-universiteit, waarschuwt de wereld al een tijd voor dat gevaar. Tijdens het presidentschap van Bill Clinton was Allison onderminister van Defensie. Volgens zijn informatie heeft Al-Qaeda al geprobeerd om een vuile bom te maken. Er zijn nog wel meer groeperingen die zo'n vuile bom willen maken, is zijn stelligste overtuiging. 'En ze zouden het kunnen ook.' Allison verwacht dat het een maar een kwestie van tijd is voordat er een aanslag met een vuile bom zal plaatsvinden.

Een vuile bom is nog geen kernbom, maar de gevolgen van zo'n aanslag kunnen net zo groot zijn. Charles Ferguson werkt bij het Center for Nonproliferation Studies in Washington. 'Als je de explosie van een vuile bom met die van een kernbom vergelijkt, dan vergelijk je een vuurvlieg met een uitslaande brand', zegt hij. 'Maar stel dat die vuile bom afgaat op een plek waar veel mensen zijn, bijvoorbeeld op een vliegveld. De eerste reeks slachtoffers sterft aan de gevolgen van de explosie. Zich niet bewust van het stralingsgevaar, gaan overlevenden en hulpverleners aan het werk om de gewonden te verzorgen en de slachtoffers te bergen. Dan kunnen er door stralingsziekten later nog eens duizenden slachtoffers bij komen.'

Volgens Edwin Bakker, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Internationale Relaties Clingendael, is de vuile bom een catastrofaal wapen. 'Niet zozeer omdat ze veel mensen kan doden, maar vooral omdat ze enorme paniek over de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken', licht hij toe. 'Het wapen kan zowel de maatschappij als de economie ernstige schade toebrengen.'

Ook wetenschappers die geregeld op IAEA-congressen bij elkaar komen, concluderen dat 'de huidige nucleaire veiligheidsmaatregelen onvoldoende zijn om de dreiging van vuile bommen het hoofd te kunnen bieden'.

Janis Berzins kent die verhalen allemaal wel. We zitten in zijn kantoor in een van de bijgebouwen van Salaspils. De tijd heeft hier stilgestaan. De vijftig jaar oude meubels lijken nog nooit van hun plaats geweest te zijn.

Op de deur in de gang tegenover ons hangt het bekende waarschuwingsbord met het woord 'radioactief'. Berzins laat me een splijtstofcassette zien. 'Hij is ergens in Siberië gemaakt. Zelfs wij wisten niet waar.'

Hij antwoordt ontwijkend op de vraag hoe groot het gevaar is dat het afval in zijn centrale vroeg of laat in een vuile bom opduikt. 'We hebben hier met een probleemgeval te maken,' zegt hij kalm. 'En zoals dat gaat met probleemgevallen: niemand wil er verantwoordelijk voor zijn.'

Maar na een tijdje laat hij zich ontvallen: 'Er liggen nog tientallen van deze nucleaire tijdbommen op het grondgebied van voormalige sovjetstaten, nu Europa.'

De Letse Academie van Wetenschappen is voorlopig tegen wil en dank eigenaar van Salaspils. Onderdirecteur Andrejs Silins is zich bewust van het gevaar. 'De Koude Oorlog ligt achter ons, maar de nucleaire dreiging is groter dan ooit,' zegt hij. 'Destijds stonden we recht tegenover elkaar: bekvechtende grootmachten die bereid waren wapens te ontwikkelen waarmee ze de wereld konden vernietigen. Maar je wist tenminste wat je aan ze had en waar die dingen zich bevonden. Er was controle op nucleair materiaal. Nu weten we niets. En enkele honderden kilo's radioactief uranium zijn we gewoon kwijt.'

(Dit verhaal heb ik eerder gepubliceerd, maar heeft nog niets aan noodzakelijkheid verloren. Groeten uit Pont du Bois, Marco)

Gepost door Marco van op 30 augustus 2007 : 18:56
Permalink | Reacties (0)




23 augustus 2007

Meer oude wijn

Ook een blogger mag er wel eens tijdje tussenuit. Daarom deze week een oud verhaal, in een nieuw jasje.

Vorige jaar februari heb ik een huis gekocht in Frankrijk. Ik kocht het pand van een Zwitserse vrouw en leende geld bij een lokale Franse bank. De eerste verbouwingen deed ik met een Nederlandse aannemer die al een paar jaar in de regio vertoeft. Dat is voor mij Europa: grenzeloze kansen en een pensioenplan met een tuin van een halve hectare.

Voor de meeste mensen klinkt Europa minder ideaal: een wanhopig idee met overbodige regels en een geldverslindende bureaucratie. Die mensen worden onrustig bij het woord Brussel. Dat is toch die stad waar zoveel geld te halen is maar niemand weet hoe?

Ja en nee. Europa heeft geen geld, Europa krijgt geld van de lidstaten om het daarna strategischer te verdelen. Geld dat normaal gesproken door de landen zelf zou worden uitgegeven, maar dan zonder het schaalvoordeel. Waar al veel geld is, haalt Brussel veel geld op, om de miljarden te laten stromen naar gebieden waar weinig geld is. Een simpel en sympathiek idee dat goed werkt, al gaat er nog veel mis. In een grondwet moet meer democratie, niet minder; en van zo’n vijf procent van het Europees budget is niet precies bekend waar het blijft. Wat geen slechte score is. In Italië en Spanje ligt dat percentage op tien procent en in Griekenland is het nooit gelukt de begroting ook maar bij benadering kloppend te krijgen.

Europa is een ongekend succes. Dat bedenk ik niet, dat zeggen de cijfers. Met een budget dat in vijftig jaar groeide naar ruim honderd miljard euro - een magere één procent van het bruto nationaal inkomen van de 25 Europese lidstaten bij elkaar - is een van de meest welvarende en stabiele continenten gebouwd. Een koopje waarover we niet zo moeten zeuren. Zonder de Europese landbouwpolitiek, het structuurbeleid en de energieprogramma’s, hadden we nu in het Europa van de afzonderlijke landen een economie gehad van pak ‘m beet Groot-Brittannië in 1970, becijferde Britse wetenschappers eens. Met de verdeel en heers-dollars van het Marshallplan en het NATO – Warschaupact – pact waren de Europese landen net als voor de Tweede Wereldoorlog willoze pionnen gebleven. En kernenergie in Europa? Vergeet het maar. De Belgische koning had het uranium van zijn Kongo al aan de Verenigde Staten verpatst.

Ik heb het er vaak over gehad met vrienden en collega’s, soms in de Brusselse kroeg onder mijn studio waar ik jaren woonde, of anders op pad in een van de Europese hoofdsteden. De wetenschap heeft Europa niet nodig, sputterden men mij tegen. Wetenschap is gebaat bij Amerikaanse Toestanden. Met (veel) geld uit het bedrijfsleven en de dynamiek van een uitzendbureau, waar mensen naar believen komen en gaan. Ja maar, bracht ik in, wetenschap is niet het doel, wetenschap is het middel tot een beter leven. Bovendien, Science Walhalla America klinkt mooi, maar het verhaal is niet af. De helft van het onderzoeksgeld in Amerika komt eveneens van een overheid. Met het ministerie van Defensie voorop, NASA een goede tweede, daarna instellingen als het NSF. Voor de universiteiten wordt het grootste deel van de begrotingen gedragen door de Staten – enkele topuniversiteiten daargelaten.

Wetenschap is belangrijk, in Europa en in Amerika, maar het is en blijft een financieel weeskindje. Uit de markt peur je voor fundamenteel onderzoek en andere idealen hooguit honderd miljoen. Terecht toch dat NWO een half miljard extra eist, al heb ik een beter idee voor de besteding van het geld: geef het aan Europa. Overtuig meer Europese landen en creëer een Europees Gemeenschappelijk Wetenschapsbeleid, het EGW. Naar model van het Europese landbouwbeleid. Het voetbalteam met het meeste geld wint ook steevast de meeste prijzen. Lissabonstrategie, Europese Onderzoeksruimte, kenniseconomie; of hoe de dromen heten, het wordt een makkie.

Gepost door Marco van op 23 augustus 2007 : 12:30
Permalink | Reacties (0)




17 augustus 2007

Oude wijn…

Leden van het Europese Action Committee for European Democracy, met onder meer Wim Kok – mede opsteller van het eerste verdrag - verklaren dat de nieuwe versie van het Europese grondwettelijke verdrag ‘bijna alle innovaties bevatten’ die ook in de eerste tekst zaten. ‘Het nieuwe verdrag met zijn aanhangsels heeft vrijwel dezelfde inhoud als de oude. Alleen de symbolische uitingen zijn aangepast.’

De Britse organisatie Open Europe beweert iets dergelijks. Ze heeft daarvoor gisteren naar eigen zeggen het eerste overzicht en vergelijking gepubliceerd van het oude en het nieuwe Europese grondwettelijk verdrag. Naast de precies gelijke lengte is ook de juridische reikwijdte van het verdrag identiek, schrijft Open Europe. Met de publicatie hebben de opstellers een leeswijzer meegegeven.

Het is fijn dat Open Europe dit werk voor ons heeft gedaan. ‘De officiële versie van het verdrag was bijna onleesbaar, (mede) omdat het voornamelijk bestond uit een serie aanpassingen aan de bestaande tekst, zonder de bestaande tekst erbij te leveren,’ schrijven de auteurs van Open Europe. En dat is waar. De Europese wetsteksten zijn sowieso nagenoeg onleesbaar, maar het enkel publiceren van aanpassingen is als een gebruiksaanwijzing met alleen de laatste vier woorden. Je zou haast denken dat de Europese Commissie niet wil dat de regels voor iedereen leesbaar zijn.

Ook de Nederlandse instanties die normaal over de grondwet iets te melden, hebben niets gedaan om enige duidelijkheid te verschaffen. Websites die dienen om het publiek te informeren vertonen grotendeels teksten uit juni en juli en verwijzen alleen hier en dar naar de originele tekst, zonder toelichting. Maar goed, gelukkig hebben we de Engelsen, van nature argwanend over alles wat uit Brussel komt.

Open Europe concludeert dat het nieuwe verdrag precies dezelfde strekking heeft als het oude verdrag, alleen de woordkeus is anders. Zowel de oude als de nieuwe tekst zijn 63000 woorden lang. Dat zegt nog niet zoveel. Wat zeker is gebleven is de aanstelling van Europese minister van Buitenlandse Zaken. Er komt dus ook een Europese diplomatieke dienst. Er komt een Europees leger. En ook de Europese veiligheidsregels en veiligheidsdiensten worden beter op elkaar afgestemd. Kortom, met het nieuwe verdrag krijgt Europa alle trekken van een echt land.

Al zal dat nergens te lezen zijn omdat een federaal Europa nogal gevoelig ligt. Wel te horen zijn de opvallender opmerkingen als die van de eerst auteur van de Grondwet, Valery Giscard d’Estaing. Die heeft volgens Open Europe gezegd: ’Alle eerdere voorstellen zullen in de nieuwe tekst staan, maar op een of andere wijze verstopt.’ Prodi noemt het nieuwe verdrag met opzet onleesbaar. ‘Want was het een Grondwet dan zou het leesbaar moeten zijn. En dat zou reden geven voor een referendum.’ De Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Karel de Gucht, zei iets dergelijks: ‘De Grondwet had als doel duidelijk te zijn, dit verdrag moest wel onduidelijk zijn.’

Begrijpt de Europese burger nu nog steeds niet wat hem te wachten staan, er is ook onduidelijkheid onder de Europese regeringsleden. Volgens de Britse regering ligt er een verbeterd verdrag vanwege alle mitsen en maren die het land wist te onderhandelen, onder meer over de grondrechten van Europese burgers, volgens de Zweedse premier Fredrik Reinfeldt, tekende de Britse regering voor een bindend verdrag.

Gepost door Marco van op 17 augustus 2007 : 15:35
Permalink | Reacties (0)




10 augustus 2007

Eurlijk deulen

De Europese gedachte is naast economische voorspoed en een vreedzaam samenleven, gebaseerd op de solidariteit tussen Europese volken. Dat is hoogdravende taal, maar kent desondanks nog altijd een zeer praktisch uitvoering. Dat valt te illustreren met een voorbeeld over een nieuw project op het in dit verband toepasselijke eiland Réunion.

Want niet in Japan, niet in Amerika en niet in China zal de hoogste spoorbrug ter wereld worden gebouwd, maar op het Franse Réunion. Dit eilandje ligt ten oosten van Madagaskar in de Indische Oceaan, en er wonen driekwart miljoen mensen, waarvan een groot deel in de hoofdstad Saint-Denis. Het project zal 1,3 miljard euro kosten en wordt gedeeltelijk gefinancierd door de Europese Unie. Réunion is een volwaardig departement van Frankrijk. Dat is ook de reden waarom het eiland in aanmerking komt voor ontwikkelingsgeld van de EU voor gebieden in Europa die economisch achterblijven.

Ouvrages_d_art_massif_de_la_montagn

Ingenieurs mogen dit jaar van start gaan met de bouw van de spoorwegbrug. Het project wordt onderdeel van een splinternieuwe spoorverbinding die de noordelijke steden van het eiland met elkaar zal verbinden. Model voor de nieuwe brug staat de autobrug bij de Franse stad Millau, met pilaren van 343 meter hoog en een driehoekige tuiconstructie.

De lijn kan door zijn grillige tracé langs de kustlijn een toeristische trekpleister worden en moet de economie van het eiland verder stimuleren. Dat hoopt althans het publiek-private investeringsconsortium SR21, waar de eilandregering een belang in heeft van 63 procent. De grootste aandachtstrekker van het project zal de ruim tweehonderd meter hoge spoorbrug worden over de ruim één kilometer brede ravijn Grande Chaloupe, in het bergachtig gebied La Montagne.

Réunion leeft vooral van het toerisme. Réunion heeft sinds 1976 geen openbaar vervoer meer in de vorm van trein of tram. Met de aanleg van het nieuwe traject tussen Saint-Paul en Saint-Benois, via Saint-Denis, zal een zeventig kilometer lange spoorverbinding ontstaan in het dichtstbevolkte gebied van het eiland.

Afgelopen maand startte de inschrijvingsperiode voor ingenieursbureaus die de klus willen klaren. In 2012 moeten de eerste tramtreinen rijden. In de bebouwde kom zullen die niet harder gaan dan 45 km per uur, daarbuiten kunnen ze 100 km per uur. Volgens de huidige planning wordt in 2008 begonnen met de bouw van het eerste tracé tussen het vliegveld van Saint-Paul en Saint-Denis.

Gepost door Marco van op 10 augustus 2007 : 21:38
Permalink | Reacties (0)




4 augustus 2007

Eén nul voor de Poolse orchidee

Het had weinig gescheeld of in Polen was men begonnen met de aanleg van een snelweg dwars door het natuurgebied Rospuda. In een radio-interview liet de Poolse premier Jaroslaw Kaczynski de afgelopen  week weten dat Polen nog niet begint met de aanleg van de omstreden Via Baltica, een autosnelweg die Warschau via de Baltische landen naar de Finse hoofdstad Helsinki gaat lopen. Eerst wacht Polen op het vonnis van een door de Europese Unie aangevraagd spoedproces bij het Europees Hof van Justitie.

De ruzie tussen Polen en de Europese Commissie gaat om een zeventien kilometer lange omleiding om de stad Augustow, die volgens plan over een lengte van 500 meter het veengebied in de Rospudavallei doorkruist, waar adelaars, wolven en lynxen leven. Maar Rospuda staat vooral bekend om zijn unieke orchideeen. Volgens EU-commissaris voor Milieu Stavros Dimas gaat het om een van de best behouden oerbossen van Midden-Europa. De vallei is een Natura 2000-gebied, wat betekent dat het door de EU als beschermd natuurgebied wordt beschouwd.

De EU vindt dat Polen zich niet kan onttrekken aan de regels die samengaan met het lidmaatschap van de Unie. Maar Polen werpt op dat de beslissing om de weg aan te leggen, dateert van voor het Poolse EU-lidmaatschap. Deze botsing is de laatste in een reeks conflicten tussen Brussel en Warschau sinds de nationalistische partij van premier Kaczynski in 2005 de verkiezingen won.

Gwen van Boven is consultant in dienst van het Nederlandse Span en betrokken bij natuurprojecten in Polen. 'Deze zaak leeft sterk in Polen. Met felle voor en tegenstanders. De direct betrokkenen in Augustow zijn als de dood dat de weg er niet komt en komen veelvuldig in het nieuws, maar tegelijkertijd roert ook een groot deel van het land zich tegen deze investering.' Het is de klassieke tegenstelling tussen economische en ecologische belangen.

Van Boven is betrokken bij het Natura 2000. 'Mensen maken zich echt zorgen over de soms ongebreidelde drang tot ontwikkeling waarbij vooral korte termijn belangen worden meegewogen. Polen zijn erg trots op hun land, en zien nu hoe makkelijk unieke stukken natuur worden opgegeven, zonder dat duidelijk is of ze die ooit nog wel terug krijgen. Op een bepaalde manier zien veel mensen Rospuda dan ook wel als een geluk bij een ongeluk, omdat het heel veel mensen op de been brengt die zich veel nadrukkelijker uit laten vóór natuurbescherming in Polen dan voorheen.'

Het Poolse Ministerie voor Milieu is het oneens met de Europese regelgeving, en de uitvoering van Natura 2000 gaat dan ook met veel problemen gepaard. Dat is overigens in de andere EU lidstaten niet anders. Van Boven: 'Elk land is voor zover ik weet al door het Europese Hof van Justitie op de vingers getikt. Maar Polen lijkt het met Rospuda wel erg bont te maken. Wat echt jammer en onnodig is, want er is geen land in de Unie dat zoveel steun voor de ontwikkeling van infrastructuur krijgt als Polen. Het is voor iedereen duidelijk dat dat nodig is: er waren geen snelwegen in het land en alle doorvoer van goederen naar Rusland en de Baltische staten gaat via tweebaanswegen die dwars door dorpskernen als Augustow lopen.'

Dat Polen zo'n slechte infrastructuur heeft levert levensgevaarlijke situaties op en brengt hoge kosten en ook grote milieuvervuiling met zich mee. Van Boven vindt dan ook dat er een oplossing moet komen. 'Europa betaalt daar aan mee, maar natuurlijk niet op zo’n destructieve manier waar bovendien gewoon goede en even dure alternatieven voor zijn. Ik ben het er dan ook absoluut mee eens dat er naar de alternatieve tracés moet worden gekeken.'

De weg zal er komen, vermoedt Van Boven, maar ze hoopt dat dit op een verantwoorde manier gebeurt. 'Het is jammer dat de Poolse Minister van Milieu daar niet steviger op inzet. Bovendien lijkt het, gezien de stevige taal die wordt gebruikt, alsof de regering van plan is zich tot het uiterste te verzetten tegen een negatieve besluit van het Hof, en dan zou het nog wel eens een heel lang, slopend en schadelijk proces kunnen worden.'

Gepost door Marco van op 4 augustus 2007 : 17:24
Permalink | Reacties (0)





KALENDER
zo ma di wo do vr za
            1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31